Bewegen is belangrijk voor kankerpatiënten

In Nieuws on

“Er zijn duizenden redenen om het niet te doen, maar ik ben altijd blijven sporten”, zegt Huib Kloosterhuis, De directeur van de wielerunie KNWU lijdt aan kanker en is desondanks door blijven sporten. Het helpt hem zowel geestelijk als lichamelijk in de omgang met zijn ziekte. Steeds vaker wordt kankerpatiënten geadviseerd in beweging te blijven. De Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG), stichting Tegenkracht en brancheorganisatie Fit!vak presenteerden onlangs het ‘Kennisdossier beweeg- en sportbegeleiding bij kanker’. “Als je fit bent kun je de zware behandelingen beter doorstaan en voor een aantal varianten is de prognose ook echt beter als je in beweging blijft”, licht sportarts Esther Schoots toe.

Esther-SchootsDe inzichten rondom beweging en kankerbehandeling zijn de afgelopen decennia behoorlijk veranderd. “Vroeger werd er tegen kankerpatiënten gezegd dat ze vooral rustig aan moesten doen”, zegt Schoots. “Daarna kwam er een periode waarin werd geadviseerd wel te gaan wandelen of fietsen en dat schoof op naar intensievere duurtraining.” Patiënten bleken van die intensievere duurtraining echter niet altijd voldoende te herstellen. “Je houdt daarmee de vermoeidheidspiraal in stand en je traint eigenlijk geen spiermassa. Tegenwoordig weten we dat mensen krachttraining in combinatie met hoog-intensieve intervaltraining vaak beter verdragen dan frequente laag-intensieve duurtraining.”

Hart- en vaatziekten
Een belangrijke reden waarom blijven bewegen goed is voor kankerpatiënten, zit niet alleen in de behandeling van de ziekte zelf, maar ook in het verbeteren van het cardiovasculaire risicoprofiel, oftewel de kans op hart- en vaatziekten. “Eigenlijk loopt de kennis over revalidatie in de oncologie tien jaar achter de cardiologie aan”, vertelt Schoots. “Er is de laatste tien jaar veel onderzoek gedaan naar het effect van bewegen bij kankerpatiënten en we zijn er wel achter gekomen dat het sowieso slecht is om niet meer te bewegen.”

Naast de fysieke component, blijkt ook dat sport en bewegen veel patiënten psychisch helpt. “Voor mij is fietsen een soort yoga”, zegt Kloosterhuis. “Op de fiets heb ik tijd om na te denken. Daarnaast is het ook een soort pijnstiller. Als ik misselijk op de bank zit, kan ik beter een stuk gaan fietsen, want op een gegeven moment doet alles pijn en dan vergeet je die misselijkheid makkelijker. Je hebt wel pijn, maar spierpijn is lekkere pijn.”

“Al was ik nog zo ziek van een chemokuur, ik had de fiets altijd naast mijn bed staan”

Kloosterhuis was al een fanatieke fietser en hij is ook na de diagnose darmkanker altijd blijven fietsen. Makkelijk was dat lang niet altijd. “Soms moest ik mezelf echt op die fiets hijsen. Ik heb bijvoorbeeld drie maanden een stoma gehad, dat is onhandig en het is natuurlijk niet prettig als het gaat lekken. Maar al was ik nog zo ziek van een chemokuur, ik had de fiets altijd naast mijn bed staan. Ik wil de kapitein blijven van mijn eigen lijf.” Hoewel zijn arts het toejuichte kreeg Kloosterhuis weinig begeleiding bij het fietsen tijdens zijn behandeling. Juist op dat gebied willen de VSG en Stichting Tegenkracht met het Kennisdossier hulp bieden. Schoots: “Begeleiding bij sporten en bewegen wordt kankerpatiënten nog niet standaard aangeboden. Stichting Tegenkracht maakt zich er wel sterk voor dat patiënten een sportprogramma op maat krijgen. De sportarts, oncologiefysiotherapeuten en sportbegeleiders hebben hierin een taak. Het is belangrijk om helder te hebben welke partijen op welk moment in de revalidatie betrokken zijn bij sport en begeleiding.”

Inspanningstolerantie
De beweegprogramma’s voor patiënten worden meestal opgesteld na een inspanningstest die de patiënten onder begeleiding van de sportarts doen. “Deze test doen we meestal kort nadat de behandelingen achter de rug zijn. We kunnen dan een goed beeld krijgen van de belastbaarheid en aan de hand van de testresultaten kunnen we een beweegprogramma opstellen.”

“Er zijn enorm veel verschillende soorten behandelingen en die hebben allemaal weer andere effecten op de inspanningstolerantie”
Belangrijk is dat ook trainers en sportbegeleiders kennis van zaken hebben op oncologisch gebied. “Er zijn enorm veel verschillende soorten behandelingen en die hebben allemaal weer andere effecten op de inspanningstolerantie”, aldus Schoots. “Er zijn behandelingen die mensen heel erg moe maken, soms hebben medicijnen specifiek effect op spieren en gewrichten en er zijn ook behandelingen die nog jaren later effect kunnen hebben op bijvoorbeeld het hart en de longen.” Het Kennisdossier is dan ook met name gericht op sportbegeleiders en beweegprofessionals.

Als sportarts vindt Schoots het begeleiden van kankerpatiënten dankbaar werk. “Mensen denken vaak dat wij er alleen zijn voor de actieve sporter, maar hier werken we ook met mensen die misschien nog nooit gesport hebben. Die mensen kunnen we ook helpen het beste uit zichzelf te laten halen.”

bron: Sport Knowhow XL