Chemo en spierpijn

Chemo en spierpijn
december 22, 2014 Matijs Jansen
In Ervaringsverhalen

Pascalle_weblogOver Pascalle

Pascalle, journaliste bij De Telegraaf, houdt het liefst zélf alles onder controle. Dat ze als moeder van twee kinderen te weinig geduld heeft, is wel een dingetje. Toch noemt ze zichzelf een zondagskind en haar man Rots in de branding. Twee jaar geleden werd bij haar kanker geconstateerd en raakte ze een van haar borsten kwijt. Voor VROUW schrijft ze elke vrijdag openhartig over het feit dat ze, hoewel ze niet erfelijk is belast, opnieuw borstkanker kreeg.

Elke vrijdag blogt Pascalle voor VROUW.nl

“Begin maar met drie minuten fietsen”, stelde ze voor. Ik dacht dat ze niet helemaal goed bij haar hoofd was. Op mijn conditie viel toch niets aan te merken? Drie minuten fietsen? Wat stelde dat nou voor?!

Het was nog niet zo lang geleden dat ik twee keer per week spinninglessen had gevolgd, waarbij ik soms zelfs twee lesjes achter elkaar afwerkte. Maar goed, ik ging op die fiets zitten. Na een minuut dacht ik eigenlijk al: jeetje, best zwaar. En na die drie minuten was ik helemaal kapot. Het was alsof ik net de koninginnenrit van de Tour de France achter de rug had. Dat was wel even confronterend.

Toen bij mij voor de tweede keer borstkanker werd geconstateerd, had ik een goede conditie. Ik was al een tijdje met mijn onvolprezen personal trainer aan het trainen en liet daarbij ook de wijntjes even staan. Mijn doel was: strak in bikini, want een week na de diagnose zouden we twee weken met vakantie naar Corfu gaan. Een dag nadat we daarvan terug waren, zou ik worden geopereerd. Nog geen drie weken later begon ik met mijn chemotherapie. In die periode was ik bijna fulltime bezig met afspraken met artsen en ritjes naar het ziekenhuis, waardoor er voor sporten nauwelijks nog tijd overbleef. Het is echter wetenschappelijk bewezen dat het goed is voor je herstel om tijdens de behandeling van kanker in beweging te blijven. Het blijkt zelfs zo te zijn dat je dips minder diep zijn als je tussen de chemokuren door sport.

In een van de eerste gesprekken met mijn internist kwam het sporten dan ook ter sprake. Na mijn eerste chemokuur bruiste ik nog van energie en dacht ik meteen: ik ga het trainen echt snel weer oppakken. Maar omdat er toch een aantal lymfeklieren in mijn oksel was weggehaald, wist ik niet precies hoe zwaar ik mijn arm mocht belasten. Uit vrees voor een oedeemarm, leek het me beter om alleen te sporten onder deskundige begeleiding. Op internet ben ik op zoek gegaan naar iemand die mij daarbij zou kunnen helpen. Ik vond al snel de website van stichting Tegenkracht, die er zich op toelegt mensen met kanker te helpen weer in beweging te komen. Via deze stichting ben ik in contact gekomen met een sportfysiotherapeute met aandachtsgebied oncologie.

Op de dag van mijn eerste afspraak had ik weliswaar drie zware chemokuren achter de rug, maar ik had totaal niet verwacht dat mijn conditie toen al tot de grond afgebroken zou zijn. Na het fietsen deed ik nog wat krachtoefeningen met als hoofddoel mijn arm weer volledig te kunnen benutten. Daar waar ik met mijn personal trainer drie setjes van vijftien herhalingen met redelijk wat gewicht deed, adviseerde mijn fysiotherapeute slechts één setje van tien herhalingen. En gelukkig maar, want de volgende dag had ik spierpijn alsof ik getraind had voor een marathon. Maar ik voelde me wel heel stoer: ik had tenslotte gewoon ‘gesport’ tijdens mijn chemokuren.